Table of Contents

Aanloop naar KSA

De eerste Vlaamsgezinde studentenverenigingen

In 1830 wint België zijn onafhankelijkheid. Dit België is op Franstalige leest geschoeid, ook in het onderwijs. De katholieke kerk had al gauw een machtspositie opgebouwd in het onderwijs via priester-leraars. Conflicten met de liberalen leidden tot het uitbreiden van het katholieke onderwijsnet. In de katholieke colleges besteedden de priester-leraars ook aandacht aan de volkstaal, het Nederlands. Want de leerlingen van de colleges werden gestimuleerd voor het priesterschap en priesters werden geacht de volkstaal te kennen voor het contact met de gelovigen. Veel van die priester-leraars waren bovendien zelf Vlaamsgezind en stimuleerden de volkstaal extra, bijv. Jan-Baptist David (naar wie het latere Davidsfonds is genoemd) en Guido Gezelle. In 1836 werd dan ook onder impuls van diezelfde David aan de universiteit van Leuven een eerste katholieke Vlaamse Studentengilde opgericht: “Met Tijd en Vlijt”. De leden wilden zich toeleggen op de literaire beoefening van de moedertaal. Tegelijk waren ze met een vurige Belgische geest bezield. Een jongerenbeweging in echte zin was het nog niet, want niet-studenten vormden een niet-onaanzienlijk deel van het ledenbestand en het bestuur. Deze gilde had veel contacten met priester-leraars in de plaatselijke colleges en kon zo een grote invloedssfeer opbouwen. Er werd druk heen en weer gecorrespondeerd en weldra werden ook seminaristen en filosofiestudenten aangetrokken.

In de volgende decennia ontwikkelden zich aan verscheidene colleges studiekringen. Buiten de lesuren konden geïnteresseerde leerlingen samenkomen in deze studiekringen. Hier werden, vaak onder leiding van priester-leraars werken bestudeerd van Vlaamse letterkundigen en verheerlijkte men de grootse Vlaamse geschiedenis, zoals dat in de romantische tijdgeest paste.

De Blauwvoeterij

Deze tendens raakte in een stroomversnelling en de onderlinge contacten tussen de verschillende studentengilden leidden tot de eerste overkoepeling. We mogen ook niet vergeten dat in die periode de levensbeschouwelijke tegenstellingen tussen katholieken en liberalen in België fel oplaaiden. Voorlopig hoogtepunt hiervan was de Schoolstrijd (1879-1884).

Ondertussen had paus Pius IX in Italië zijn wereldlijke macht verloren aan de liberale Italiaanse onafhankelijkheidsstrijders. Ondanks hevige weerstand van een zoeavenleger, waarin ook Vlaamse vrijwilligers meestreden, werden de Kerkelijke Staten door de Italiaanse staat veroverd en moest de paus zich terugtrekken in het Vaticaan. In dat tijdklimaat werden flamingantisme, religieus en sociaal engagement door de Vlaamsgezinde studenten zonder problemen met elkaar verbonden. Zij zagen zichzelf graag als romantische “strijders” voor het Vlaamse volk, naar het voorbeeld van hun middeleeuwse helden.

In Oost-Vlaanderen was het Klein Seminarie van Sint-Niklaas toonaangevend voor de ontwikkeling van een Vlaams bewustzijn bij scholieren en studenten. De Vlaamsvoelende superior Antoine Stillemans, die later bisschop zou worden, gaf het Nederlands tijdens de lessen een rechtmatige plaats en werd hierin gesteund door enkele priester-leraars. De Vlaamse Studentenbond “De Klauwaerts” kreeg er alle kansen om een bloeiende werking uit te bouwen. Dragende kracht was student Amaat Joos. Hij smeedde contacten met de studentengilde van het Klein Seminarie van Mechelen, “De Jonge Taalvrienden”. Student Pol De Mont had daar de leiding. Tijdens vakanties kwamen beide gilden samen en ze gaven samen een bundel letterkundige werken uit.

Ze zochten ook contact met de leerlingen van het Klein Seminarie van het West-Vlaamse Roeselare. In die periode gaf Hugo Verriest, een oud-leerling van Guido Gezelle, daar les. Hij begeesterde de leerlingen met zijn pleidooi voor een katholieke Vlaamse Beweging (“Dat volk moet herleven”). Zijn bekendste leerling was Albrecht Rodenbach. De Roeselaarse leerlingen kwamen in de ban van de kerelsromantiek, geïnspireerd door Consciences roman Kerels van Vlaanderen uit 1870. Hieruit haalden ze ook de bekende leuze “Vliegt de Blauwvoet! Storm op zee!”, vandaar ook de naam Blauwvoeterij.

Ondertussen hadden de Roeselaarse oud-leerlingen Amaat Vyncke en Zeger Malfait het tijdschrift ‘De Vlaamsche Vlagge’ boven de doopvont gehouden. Dit predikte een anti-liberalisme en kwam op voor de Vlaamse volkstaal. Dit tijdschrift kan beschouwd worden als een eerste stap naar een georganiseerde studentenbeweging. Het tijdschrift werd een spreekbuis van de studentenbeweging die in heel Vlaanderen tot ontwikkeling kwam. Er kwamen immers ook brieven bij de redactie van studenten uit andere bisdommen. Uit die contacten begon het idee van een overkoepelende studentenbeweging te rijpen.

In 1875 kwam het in Roeselare echter tot een conflict tussen leerlingen en schooloverheid: “de groote storinghe”. De Sint-Niklase leerlingen volgden de situatie in Roeselare op de voet: er bestond een drukke briefwisseling en vanuit Sint-Niklaas werden geregeld bijdragen gestuurd voor De Vlaamsche Vlagge.

Deze contacten zorgden voor samenwerking tussen de verschillende studentengilden. Bij De Mont en zijn vrienden was het plan gerijpt één Vlaamsgezinde bond voor de scholieren van het Vlaamse land op te richten en een studentenlanddag te organiseren. Rodenbach reageerde enthousiast en in de paasvakantie van 1877 werd in Gent een eerste algemene studentenlanddag bijeengeroepen. Aan de bestuurstafel zaten o.a. Rodenbach, Joos en De Mont. Op 5 september werd de Algemene Studentenbond officieel opgericht en werd Rodenbach tot algemeen voorzitter verkozen. Vanaf dan zou hij op de voorgrond treden als de grote bezieler van een overkoepelende studentenbeweging. Zowel op ideologisch als op organisatorisch vlak tekende hij de grote lijnen uit die de katholieke studentenbeweging nog lang na hem zou blijven volgen. Hij propageerde een romantisch gezint Vlaams bewustzijn. Centraal hierin stond de boodschap van Gezelle en Verriest “Wees Vlaming dien God Vlaming schiep”. De scholieren dienden gevormd te worden tot authentieke – en dus katholieke – Vlamingen die in de Vlaamse strijd hun verantwoordelijkheid zouden opnemen.

De twee voormannen De Mont en Rodenbach streefden naar een organisatie met centrum in Leuven en vertakkingen over heel Vlaanderen. Maar de basis van de beweging was nog zwak: enkel in West-Vlaanderen kon een geregelde werking in stand gehouden worden. Ook de verruimde interesses van Rodenbach en De Mont, die zich niet meer wilden beperken tot de studentenwereld alleen, deden de algemene studentenbond geen goed. Bovendien dwarsboomde de kerkelijke overheid, met name de Brugse bisschop Jan Jozef Faict, de werking van de studentenbond. Onenigheid tussen Rodenbach en De Mont en provinciale tegenstellingen versnelden de teloorgang van de Algemene Studentenbond. Rodenbachs vroegtijdige dood in 1880 bezegelt dit tijdperk van de eerste overkoepeling.

Katholiek Vlaams Studentenverbond

Na Rodenbachs dood en de teloorgang van de Algemene Studentenbond was de studentenbeweging toch niet geheel verloren. Ze bouwde verder op de grondvesten die de vorige decennia waren gelegd en werd een onmiskenbare kracht in het centrum van de Vlaamse beweging. Die Vlaamse beweging kende nu een hoge vlucht. De studentenbeweging plukte ook de vruchten van de goede samenwerking met volwassen flaminganten. Bisschoppelijke maatregelen hadden de West-Vlaamse werking het zwijgen opgelegd. Nu traden Mechelen en Antwerpen op de voorgrond. Het tijdschrift De Student werd opgericht door Mechelse seminaristen en nam onder leiding van August Laporta de centraliserende functie van De Vlaamsche Vlagge over. Het voornaamste doel voor de studentenbeweging was nu de vernederlandsing van het middelbaar onderwijs. De Antwerpse studenten Adolf Pauwels en Adelfons Henderickx waren daarbij de leidinggevende figuren. Pauwels zag de studentenbeweging in de eerste plaats als een politiek actieve jongerenbeweging en duwde haar dan ook in die richting. Zij kregen de steun van katholieke vooraanstaanden. Toen Henderickx en Pauwels in Leuven gingen studeren, verplaatste het centrum van de actie zich naar Leuven. Daar werd de samenwerking over de provinciegrenzen heen hernieuwd. Het doel werd het opnieuw oprichten van een algemene studentenbond.

De tijd was rijp voor een tweede poging om de krachten te bundelen. Op 15 juni 1890 vond de oprichtingsvergadering van het Katholiek Vlaams Studentenverbond plaats. Het waren echter geen studenten, maar wel de volksvertegenwoordiger Joris Helleputte, de arts August Laporta en de Gentse advocaat Hector Lebon die de touwtjes in handen hadden. Er was een sterke verhevenheid met de Vlaamse Katholieke Landsbond, waarin de studenten als het ware hun grote broer zagen. Samen ijverden ze voor de “terugkeer van het volk naar een katholiek Vlaanderen”. Zowel college- als vakantiebonden waren aangesloten. Maar de werking op nationaal niveau kwam het eerste jaar maar moeilijk van de grond. In Oost-Vlaanderen was enkel de bond van Temse aangesloten. Sint-Niklaas en Eeklo maakten aanstalten hetzelfde te doen. Maar een conflict met de kerkelijke overheid zorgde voor maatregelen van aartsbisschop kardinaal Goossens, die de studentenbond zwaar troffen.

Het AKVS

Na 1893 was er van een overkoepelend Vlaams studentenverbond geen sprake meer, maar de studentenbeweging bleef zich verder ontwikkelen. Vanaf 1894 leefde de studentenbeweging in de bisdommen terug op en was grotere activiteit merkbaar. In 1895 kende Oost-Vlaanderen als eerste provincie opnieuw een gouwbond: Katholieke Vlaamsche Jongstudentenbond van Oost-Vlaanderen. Dit luidde een heropleving van de overkoepelende werking in. Bovendien nam het aantal gilden sterk toe. In Beveren werd rond 1897 “Vlaams en Vrij” gesticht en “Temsche Voorwaarts” zag in 1898 het levenslicht.

Omstreeks de eeuwwisseling waren er opnieuw overkoepelende gouwbonden. De tijd was rijp voor een derde maal een overkoepeling op te starten. Op 30 augustus 1903 werd in Sint-Niklaas de stichtingslanddag van het Algemeen Katholiek Vlaams Studentenverbond (AKVS) gehouden. Een van de sprekers was Amaat Joos, toen directeur van de normaalschool in Sint-Niklaas. De beweging richtte zich toen op brede vorming en nam een apolitieke houding aan. Men had immers lessen getrokken uit het verleden en ook de opkomst van jeugdbewegingen zoals de Duitse Wandervogel en de padvinderij toonden hun invloed. Maar kort voor de Eerste Wereldoorlog kwam reactie van een strekking die vond dat de Vlaamsgezindheid verdronk in allerlei sociale en godsdienstige nevenbewegingen en dat de beweging zich liet inkapselen door de kerkelijke overheid. Deze reactie wordt na de Eerste Wereldoorlog nog versterkt door de Frontbeweging en het activisme: men wil meer aandacht voor de taalstrijd, puur flamingantisch enthousiasme en bepleit autonomie van de kerkelijke overheid.

Vooral na 1921 komt deze ontwikkeling in een stroomversnelling. Een nieuwe generatie studentenleiders treedt aan. Zij kiezen voor een uitdrukkelijk Vlaams-nationalistische koers en later zelfs een uitgesproken anti-Belgische koers. Was de formele doelstelling nog steeds apolitieke vorming, in feite overheerste in het AKVS een vijandige houding tegenover niet-nationalistische flaminganten. De beweging voerde ook niet-partijpolitieke Vlaams-nationalistische propaganda. Deze koersversnelling leidde in 1924 tot studentenprotest in Leuven. Er ontstond een conflict met de bisschoppen. Bisschop Martinus Rutten van Luik (die ook Limburg onder zijn hoede had) reageerde als eerste. Hij erkende de waarde van de studentenbeweging en stond open voor de eisen van taalgelijkheid. Zijn oplossing was de beweging los te maken van de AKVS-leiding in Leuven en rechtstreeks onder zijn gezag plaatsen. Zo kon hij de beweging weer gezond maken, los van het Vlaams-nationalisme. In 1925 kwam hierdoor in Limburg een bisschoppelijk goedgekeurde studentenbeweging. Dit spoor zou later ook in Oost-Vlaanderen gevolgd worden bij de stichting van de KSA.

KSA in de 20ste eeuw

De studentengilde van Zwijndrecht

In de zomervakantie van 1926 werd te Zwijndrecht een Katholiek Vlaams Studentengild gesticht. De Zwijndrechtse en Burchtse studenten sloten tevoren aan bij de Beverse gilde ‘Vlaams en Vrij’. Het initiatief voor de stichting ging uit van de onderpastoor E.H. Hoghe. Seminarist Gustaaf Van de Merlen was de drijvende kracht achter de werking. Deze jonge studentengilde was aangesloten bij het AKVS. Als vakantiebond hield men tijdens de vakanties wekelijkse vergadering op donderdag. Eerst trokken de leden gezamenlijk naar de vroegmis. In de wintermaanden kwam men samen in een lokaal in het Gildenhuis. Er werd gedronken, een sigaar gerookt en er werden Vlaamse liederen gezongen. Om beurten hielden de leden een voordracht, die achteraf werd besproken. Populaire onderwerpen waren romantische Vlaamse helden als Jacob Van Artevelde of Albrecht Rodenbach. Vaak kwamen ook politieke, literaire of godsdienstige onderwerpen aan bod, bijv. de taalkwestie, Multatuli en Frans-Vlaanderen. Soms had men het gewoon over en interessant boek of werd een gedicht gedeclameerd.

In de paas- en zomervakantie hielden ze vaak fietstochten. Ze gingen ook vaak op bedevaart naar Gaverland en waren trouw van de partij op gewestdagen of gouwdagen van het AKVS. Ze maakten zich ook nuttig in de parochie en organiseerden toneelopvoeringen. Na de opvoering van het stuk Priestereed (over de Boerenkrijg) in 1928 dat veel bijval oogstte, doopten ze hun gilde “Vlaamsche Kerels”.

De Katholieke Actie

Een nieuwe ontwikkeling werd ingezet met de oprichting van de Katholieke Actie (KA). De Katholieke Actie was een sterk door paus Pius XI (1922-1939) gepropageerde apostolische herkersteningsbeweging, die de Kerk wilde ombouwen tot een leger gericht op de “verovering” van de wereld. Paus en bisschoppen waren hierin de leiders, de priesters de officieren, de leken – in het bijzonder de jongeren – de “milites Christi” (soldaten van Christus), die moesten ingezet worden “ter verovering” om terrein terug te winnen op de voortschrijdende secularisering en Christus overal als “Christus Koning” te doen “heersen”. De katholieke leken werden dus opgeroepen actief mee te werken met de clerus in de strijd van de Kerk tegen haar moderne vijanden onder de leuze “omnia instaurare in Christo”. Ook Vlaanderen moest “heroverd worden voor Christus”.

JVKA

In België kreeg de Katholieke Actie echter eerst voet aan de grond in Wallonië. Daar kende de Association Catholique de la Jeunesse Belge (ACJB) veel succes. Haar landdagen trokken telkens tienduizenden jongeren. Jaloers op dit succes wilden de bisschoppen ook in Vlaanderen een netwerk van jeugdbewegingen opbouwen. Vanaf de zomer van 1927 begon de clerus in het aartsbisdom werk te maken van het Jeugdverbond voor Katholieke Actie (JVKA). Op 11 april 1928 werd het JVKA officieel gesticht. Deze organisatie overkoepelde de verschillende standenorganisaties: KAJ voor arbeidersjeugd, BJB (later KLJ) voor de boerenjeugd, KMJ voor middenstandsjeugd. Ook collegestudenten moesten meedoen met de Katholieke Actie. Maar zij hadden reeds een organisatie: het AKVS. En het AKVS wou haar Vlaams-nationalistische standpunten niet laten varen. Inschakeling in het JVKA zou ook de bewegingsvrijheid van de beweging beperken. Het conflict met het AKVS escaleerde. Hieruit zou een nieuwe organisatie groeien: de Katholieke Studentenactie (KSA). De Katholieke Actie vormde voor de kerkelijke overheid dus een welkom alternatief voor het rebelse AKVS.

Het JVKA werd verder uitgebouwd. In Oost-Vlaanderen had Felix Vercruyssen reeds in het groot verlof van 1927 van de Gentse bisschop Honoré Coppieters de opdracht gekregen te starten met een organisatie voor studerenden binnen het kader van de KA in het bisdom Gent. Vercruyssen was superior van het Klein Seminarie in Sint-Niklaas. Ook in de andere bisdommen werden proosten aangesteld voor het JVKA. Algemeen proost was Karel Cruysberghs. Hij riep op 8 juni 1928 de studentenbonden op zich rechtstreeks bij de nieuw benoemde diocesane proosten voor de Katholieke Studentenactie in te schrijven: Leopold Vaes voor het aartsbisdom, Gerard Philips voor Limburg, Felix Vercruyssen voor het bisdom Gent en Karel Dubois voor het bisdom Brugge. Een eerste landdag werd op 26 augustus 1928 in Antwerpen gehouden. Daarna werd de organisatie verder uitgebouwd op diocesaan vlak.

De stichting van KSA

Van bij het ontstaan van KSA volgden de bisschoppen twee verschillende strategieën in hun politiek tegenover de studentenbeweging. De West-Vlaamse optiek werd belichaamd door Karel Dubois. Dubois was priester-leraar in het Klein Seminarie van Roeselare, zelf oud-AKVS’er en aangesteld tot diocesaan KA-vertegenwoordiger in het bisdom Brugge. Hij koos ervoor naast de bestaande AKVS-bonden nieuwe, kerkelijk-strijdende kernen op te richten in de colleges: het principe van de ‘zuivere katholieke actie’. De Vlaamse werking bleef voorbehouden aan het AKVS. De bestaande Vlaamse studentenbonden werden wel onder druk gezet hun anti-Belgisch Vlaams-nationalisme op te geven. Vanaf 1933 begon Dubois duidelijk stelling te nemen tegen de oude AKVS-bonden. In deze harde confrontatie tussen KSA en AKVS moest die laatste al vlug het onderspit delven. Ook in het aartsbisdom werd na lang aarzelen voor deze koers gekozen. Aartsbisschop Van Roey nam immers geen maatregelen tegen het AKVS, waardoor die organisatie in Antwerpen en Brabant het langst stand kon houden. Pas in 1932 belastte hij Leopold Vaes en Constant Lindemans om de KSA uit te bouwen in gouw Antwerpen en in de gouw Brabant.

De tweede strategie werd al in 1925 in Limburg toegepast. Bisschop Martinus Rutten had de studentenbonden verplicht zich los te maken van de Leuvense AKVS-top. Het Limburgs Katholiek Vlaams Studentenverbond zou o.l.v. proost Gerard Philips de Limburgse KSA worden. De Oost-Vlaamse bisschop Coppieters koos voor de Limburgse oplossing. Hij gelastte zijn “studentenproost” Felix Vercruyssen in 1928 de bestaande AKVS-bonden zoveel mogelijk te sparen en ze los te rukken van de AKVS-leiding in Leuven. Op die manier hoopte hij de “aloude bisschoppelijke studentenbeweging”, die zowel kerkelijk-strijdend als Vlaamsgezind was, in ere te herstellen. Een heleboel bonden maakte zo de overstap naar het JVKA. Waar de studentenbonden trouw bleven aan het AKVS, werd een nieuwe JVKA-studentengilde opgericht, die uiteraard werd gesteund door de kerkelijke en door de collegeoverheid. In bonden die aansloten bij het JVKA gingen de AKVS-getrouwen vaak ondergronds. Soms poogden ze het roer over te nemen en de bond terug bij het AKVS aan te sluiten. Maar KSA zou uiteindelijk het pleit winnen, ook in de pas gestichte studentengilde ‘Vlaamse Kerels’.

De Katholieke Studentenactie of KSA, zoals men de beweging van scholieren geleidelijk aan zou noemen, bestond dus in twee varianten. Aan de ene kant als ‘zuivere katholieke actie’, een kerkelijke studie- en actiebeweging gericht tegen de secularisering. Aan de andere kant als bredere vormings- en actiebeweging in de trant van de oude Katholieke Vlaamse Studentenbeweging, met naast een kerkelijk ook een Vlaamsgezind actieterrein en niet enkel met aandacht voor studiewerk, maar ook voor groepsvorming en gezelligheid.

Tot 1929 was er in de plaatselijke bonden weinig te merken van de strijd tussen het AKVS en JVKA. Dit veranderde met de bisschoppelijke veroordeling van de AKVS-gouwdag van 4 april 1929 en een daaropvolgende brief waarin bisschop Coppieters alle collegestudenten verbood lid te zijn van jeugdgroeperingen die niet waren aangesloten bij het JVKA. De meeste Oost-Vlaamse bonden maakten hierna formeel de overgang naar het JVKA.

Soms viel de werking door geruzie stil. Een seminarist begon dan enkele maanden later met een nieuwe JVKA-groep. Of er gebeurde een scheuring in de bond: een groep AKVS-getrouwen die het maar een paar jaar uithield en een groep die zich aansloot bij het JVKA. Of de groepen zochten een proost en sloten zich zonder meer aan bij het JVKA. Ook in Zwijndrecht ging de studentenbond over naar het JVKA. “Toen kwam ‘t JVKA en met veel spijt moesten we afzien van ‘t werk van Rodenbachs AKVS” schreef de secretaris in de zomer van 1929 in het verslagboek. Maar in 1930 brak een hevige ruzie uit tussen JVKA-aanhangers en AKVS-getrouwen. Enkele universitairen zetten de nieuwe voorzitter, seminarist Roger Orlent, af. Pas na ingrijpen van onderpastoor Duculot en Gustaaf Van de Merlen kon het geruzie gesmoord worden. De oudere studenten verlieten de bond. Op 31 december 1931 besloten de jongeren, die nu duidelijk de grote meerderheid van de groep uitmaakten, toe te treden tot het JVKA. Na 1932 was de rol van het AKVS definitief uitgespeeld in Oost-Vlaanderen. De organisatie was geen partij meer voor het uitdijende JVKA en kwijnde weg.

In de jaren 1930-1932 bouwde Vercruyssen de bisschoppelijke studentenbeweging verder uit. Hij begon met de organisatie van KA-gewestverbonden om zo de vakantiebonden rechtstreeks te bereiken. In het Waasland waren al vanaf 1929 gewestdagen, georganiseerd, maar pas in de paasvakantie van 1931 werd officieel een gewestbond opgericht. Daarna werd ook de gouwwerking opgestart. Een gouwbond werd gesticht en een gouwbestuur gevormd. Vercruyssen was gouwproost en Albrecht De Poortere de eerste voorzitter. In 1935 werd Vercruyssen als proost opgevolgd door Leo De Kesel.

Jong-Vlaanderen: KSA wordt jeugdbeweging

De Zwijndrechtse studentenbond was dus in 1931 definitief aangesloten bij het JVKA. Maar aan de werking veranderde niets. Misschien werd op de vergaderingen wat meer over godsdienstige onderwerpen gesproken, maar de programma’s van de KSA-tijdschriften werden zeker niet gevolgd. De Zwijndrechtse groep was nog veel studentikozer en vooral Vlaamsgezinder dan veel andere bonden van toen. Na 1935 verzwakte de werking wat. Zo werden geen toneelopvoeringen meer georganiseerd en de opkomst van de leden liet te wensen over. Maar de relatie met de parochie was zeer goed. De driekoningenstoet die de Vlaamse Kerels ten voordele van de missies organiseerden in 1934 was een echt succes. De werking was dus dezelfde gebleven als voor het JVKA.

Dat zou na 1937 veranderen. Het gouwbestuur vaardigde toen het “Guldensporenprogramma” uit, waarmee KSA-bisdom Gent de weg van de jeugdbeweging insloeg. Sommige Oost-Vlaamse KSA-groepen experimenteerden reeds tevoren met de jeugdbewegingsmethodiek, zoals “Fier en Blij” uit Sint-Niklaas. Inspiratie werd hiervoor gevonden bij scouting en vooral bij de Duitse katholieke jeugdbewegingen uit de jaren ‘20, in het bijzonder Neudeutschland, een katholieke beweging voor studerenden, die de katholieke actie en de jeugdbewegingsmethodiek op een originele manier combineerde. Zulke jeugdbewegingen hadden aparte leeftijdsgroepen, speelden in de natuur, gingen op kamp, leerden sjorren, kaartlezen, op kompas lopen, hadden een stijlvol uniform, enz. Bepaalde vernieuwingen waren echter ook al embryonaal aanwezig in de oude studentenbonden. Het “Guldensporenprogramma” zorgde met deze volledig vernieuwde methodiek voor een ledenaangroei en een verjonging van het doelpubliek. KSA-bisdom Gent werd voortaan KSA-Jong-Vlaanderen genoemd om hieraan uiting te geven. De leden werden ingedeeld in drie geledingen: Voorknapen (lagere school), Knapen (lager middelbaar) en Kerels (hoger middelbaar). De kern van de werking vormde het vendel, een groepje van zeven tot tien jongens. Een apart hoofdstuk behandelde de verschillende af te leggen beloftes en voor plechtigheden als de aanstelling van leiders of de opname van nieuwe leden werd een vast en stijlvol verloop voorgeschreven.

Jeugdbeweging werd gezien als het middel om het Katholieke Actie-doel te bereiken, maar in feite verschoof het accent naar de vorming van de eigen leden in een “jongvlaamse christelijke stijl”. Het was dus de bedoeling te komen tot een breed bewegingsconcept, waarin zowel het Vlaamse als het christelijke element, zowel de actie- als de vormingscomponent geïntegreerd zouden worden. Het openluchtleven werd de motor van de groepsvorming. Met het Guldensporenprogramma was KSA Oost-Vlaanderen niet alleen de ander KSA-gouwen, maar ook de meeste andere katholieke jeugdorganisaties een stapje voor. Dat was duidelijk te merken aan het ledenaantal.

De nieuwe methodiek zorgde daarnaast voor een beperkte samenwerking tussen de verschillende KSA-gouwen, die in 1943 leidde tot de stichting van de Interdiocesane Federatie KSA-Jong-Vlaanderen. Hierin was een grote Oost-Vlaamse invloed overduidelijk: een groot deel van het Guldensporenprogramma werd overgenomen. Over de benamingen van de bannen moesten wel compromissen gesloten worden. Zo werden de Oost-Vlaamse kerels nu Hernieuwers en de West-Vlaamse Klaroeners nu Knapen genoemd.

Bloei en ondergang der Vlaamse Kerels

Aanvankelijk zagen de Zwijndrechtse KSA’ers die vernieuwingen niet zitten. Voorzitters Julien Van de Merlen en Cyriel Geerts toonden weinig enthousiasme. Ze dachten dat van de nieuwe plannen van het gouwbestuur niet veel in huis zou komen. Toch probeerde Gustaaf Van Wolvelaer al in 1937 een aparte werking voor Knapen in te richten. Maar verder gebeurde er weinig, werd er weinig vormends verricht, diepgang ontbrak vaak. Vanaf de zomer van 1939 ging het terug beter. Er kwamen verschillende leden bij, waaronder enkele studenten uit Burcht. Onder bondsleider Albert Van Proeyen sloeg ook de Zwijndrechtse KSA de weg van de vernieuwing in. Een eerste tijdschriftje ‘Kerelsblad’ werd in maart 1940 uitgegeven. Henri Van Wauwe organiseerde aparte activiteiten voor de Knapen. De bond werd door het gouwbestuur gefeliciteerd voor de organisatie van de gewestdag, die door de mobilisatie echter niet kon doorgaan. De gewestwerking werd toen trouwens stevig uitgebouwd. het gewestbestuur manifesteerde zich sterk en zag nauwlettend toe op de plaatselijke werking.

Met het uitbreken van de oorlog en de mobilisatie van de oudere leden viel de bondswerking volledig stil. Pas op 8 augustus 1940 kwamen de Vlaamse Kerels samen om hulde te brengen aan hun gesneuvelde oud-voorzitter Julien Van de Merlen. Tijdens de oorlog kende KSA een duidelijke ledenaangroei. Er waren immers minder ontspanningsmogelijkheden voor de jongeren. Maar er waren ook beperkingen. Uniform kon niet in het openbaar gedragen worden, optochten en formaties waren verboden en de KSA-gouwtijdschriften verschenen niet meer.

Vanaf 1940 onder bondsleider Louis Robbroeckx komen de KSA’ers om de 14 dagen samen, i.p.v. vroeger enkel tijdens de vakanties. De Knapenwerking draaide goed. In 1943 trok de bond voor het eerst op kamp naar Kalken. Ze namen ook de kleine Burchtse KSA mee. Na dit kamp verscheen ook het eerste nummer van ‘Het Daghet’. Een eigen muziekkapel ‘Studentica’ of soms gewoon ‘Vlaamse Kerels’ werd opgericht. In de zomer van 1944 lag de werking stil ten gevolge van de oorlogsverrichtingen, maar na de bevrijding, in november 1944, werd de werking hernomen. Het hoogtepunt van de bond werd bereikt in 1944-1946, maar nadien ging het steil bergaf.

KSA Burcht

Zoals blijkt uit het “verslag over de bondswerking gedurende het 2de trimester en het Paaschverlof 1943” en de brief van gewestleider Leo Vercruyssen aan bondsleider Henri Van Wauwe op 3 juni 1942 omtrent het organiseren van een kamp was er in Burcht ook een KSA-bond: de Sint-Lievensbond. Wanneer de Vlaamse Kerels hun eerste kamp organiseren (Kalken 1943), zullen er ook 6 Burchtse KSA’ers meegaan. In het KADOC te Leuven zagen we twee verslagen van de Burchtse KSA-bond uit 1942. Hierin lezen we ook een relaas van de verbroedering met de Zwijndrechtse bond:

“Zaterdag 8 mei werd de proef afgenomen schriftelijk en mondeling van 3 Kerels en 7 Knapen, waarvan zondag 2 Kerels en 5 Knapen werden opgenomen in aanwezigheid van den bond van Zwijndrecht, waarmee we een verbroederingsdag wenschten te geven, die ongelukkiglijk tot een halven dag moest herleid worden. De zangronden werden niet voltallig bijgewoond in tegenstelling met de spelen en den speurtocht. God vordere Jong-Vlaanderen. E. De Witte, 17/05/1943.”

De KSA-bond in Burcht zou echter kort na de oorlog verdwijnen. Midden jaren ‘50 werd er opnieuw een KSA-bond opgericht: de Sint-Martinusbond.

KSA in crisis

De hele KSA kreeg het in de naoorlogse periode moeilijk. Gauw bleek dat de tijden waren veranderd: het was nu niet meer vanzelfsprekend om voor zijn Vlaamsgezindheid uit te komen. Hoewel de werking tijdens de oorlog veel meer op de KA gericht was, ondervond de KSA toch vaak tegenwind omwille van haar Vlaams karakter. Vooral de links georiënteerde pers liet niet na verdachtmakingen inzake collaboratie te uiten. Hoewel KSA als organisatie helemaal niet in dat vaarwater was terecht gekomen en ook de alleenstaande gevallen zeker niet talrijk waren, zou de beweging bij velen een “zwart” imago opgeplakt krijgen. De aandacht voor stijlelementen en de Vlaamse romantische belevingswereld droegen daartoe bij. Het Arteveldeprogramma uit 1947 kon de steile neergang niet keren. Voor KSA-Jong-Vlaanderen braken moeilijke tijden aan. Ook de gewestwerking zonk in een diepe put. Het bestuur was uitgedund en gewestdagen trokken nog weinig volk uit de bonden. De regionale samenhorigheid was verleden tijd. In 1951 was er praktisch geen sprake meer van gewestwerking in het Waasland. Ondertussen bleven van de meer dan tien Wase KSA-groepen in 1951 maar een drietal over. In werkingsverslagen van KSA Waasland uit het werkjaar 1950-1951 lezen we over KSA Zwijndrecht “bond die praktisch niet meer bestaat: ledengebrek” en “op de fles, indien rijp annexeerbaar door Beveren, maar dat telt reeds zes gemeenten!”. De bond legde er dat jaar het bijltje bij neer. Dan blijft het even stil op KSA-gebied in Zwijndrecht. Maar niet lang daarna zou de bond heropgericht worden.

De heropbouw van KSA

In 1950 trad een nieuwe gouwproost aan, Georges Gijselbrecht. Zijn aanstelling luidde het begin van de heropleving in. Centraal stond het hernieuwen van de wisselwerking tussen gouw, gewest en bond. De structuur bestond, maar moest enkel met bekwame elementen worden opgevuld. Gewesten moesten terug bij de gouwwerking betrokken worden, maar vooral het plaatselijk bondsleven moest goed opgevolgd worden. De nieuwe gouwleider Paul Van Beveren en zijn medewerkers gingen naar gewestvergaderingen en ouderavonden en vroegen de bonden verslagen te sturen van hun werking. Plaatselijke verantwoordelijken werden ook zoveel mogelijk bij de gouwwerking betrokken. In deze periode ging een heel aantal bonden, zoals de Vlaamse Kerels in Zwijndrecht, opnieuw van start.

Na 1950 koos KSA-Oost-Vlaanderen ook uitdrukkelijk voor de jeugdbeweging. KSA-Oost-Vlaanderen werd een “authentieke” jeugdbeweging, die echter een duidelijk ideologisch (christelijk en Vlaamsgezind) profiel behield. Er was ook een verschuiving merkbaar van collegebonden naar parochiebonden. Vakantiebonden begonnen vaak over te schakelen op een doorlopende werking. Die bonden rekruteerden ook meer en meer in de plaatselijke lagere scholen. De Jongknapen deden definitief hun intrede in de gouwwerking.

De verklaring van Loppem

De Verklaring van Loppem uit 1954 vormde een synthese van alle vernieuwingen die zich in de gouw de laatste jaren hadden voorgedaan. Het resultaat was een nieuwe oriëntering van de beweging. De band met de bonden en de daarbij horende aandacht voor de parochiewerking werd duidelijk aangehaald. De jeugdbewegingsmethodiek werd als centraal element naar voren gebracht. Als gevolg daarvan kreeg de Jongknapenwerking een rechtmatige plaats toebedeeld in de beweging. De Verklaring van Loppem oefende ook grote invloed uit op de initiatieven die vanuit de nationale federatie door de gouwen samen werden ondernomen om de KSA-werking te vernieuwen. Omgekeerd had de federatie ook een positieve invloed op vlak van de leidersvorming en de dienstenwerking van KSA-Oost-Vlaanderen.

De herstichting in Zwijndrecht

In het licht van deze heropleving op gouwvlak kan ook de herstichting van de Vlaamse Kerelsbond gezien worden. In Sint-Niklaas draaide de collegebond met gewestproost Georges Buyck nog steeds goed. Van daaruit worden de nodige impulsen gegeven voor de heroprichting van de Zwijndrechtse KSA. Paul Staes en Honoré Verhelst zaten in die Sint-Niklase Christus-Koning-bond, maar ze hadden nog enkele vergaderingen van de Vlaamse Kerelsbond meegemaakt. Samen met Willy Wauters zorgden ze voor de nieuwe start van de Zwijndrechtse KSA in de paasvakantie van 1954. Ze vonden een twintigtal jongeren die in het middelbaar zaten om de beweging mee op te starten. Paul Staes wordt de eerste bondsleider. Weldra noemt de heropgerichte KSA-bond zich opnieuw “Vlaamse Kerels”. Deze naam werd behouden om de continuïteit te benadrukken tussen de huidige en de vroegere bond. De eerste activiteiten werden op de Chiro-terreinen op de hoek van de Adhemar Borinstraat en de Smisstraat gehouden. Veel steun kwam van de toenmalige gewestproost E.H. Buyck. Gouwleider Paul Van Beveren zorgde ervoor dat de nieuwe bond zich zonder extra kosten kon aansluiten. Meteen trokken ze zonder zich veel problemen te maken al op kamp naar Bolderberg op Zolder. In de kerstvakantie van 1954 verschijnt ook het eerste nummer van het contactblaadje Ronde.

In 1955 nam Honoré Verhelst de fakkel over van Paul Staes. Die was intussen tot gewestleider aangesteld. In 1956 huurden de Vlaamse Kerels een terrein in de Laarstraat en bouwden er een houten lokaal. Paul Staes werd uitgewuifd met een groot wafelfestijn. Het eerste ‘Het Daghet’, nu nog steeds het bondsblad van de Zwijndrechtse KSA’ers, verscheen (opnieuw), een nieuw boekje met een oude titel. KSA hield ook haar eerste ouderavond.

Honoré Verhelst en Willy Wauters namen dan afscheid. Na twee trimesters werd Jef Vanderheyden in 1957 de nieuwe bondsleider. De KSA-poppenkastvoorstellingen oogstte ondertussen ook veel succes in het Zwijndrechtse. En natuurlijk mogen we de ‘fricoslag’ van augustus 1959 niet vergeten. Maar de KSA’ers veroorzaakten in die tijd ook een politieke rel door de Konijnenpijp (de Waaslandtunnel) te “dopen”. Op gemeentelijk vlak richtte KSA mee het Jeugdverbond (de voorloper van de Jeugdraad) op.

Ledenaangroei komt er met de oprichting van een nieuwe ban. Geerd Van Dosselaer is de leider van deze Jongknapenban (lagere school), die vrij snel een grote bloei kende, en voert ook de wekelijkse werking in. Knapen en Jonghernieuwers starten nadien ook schoorvoetend met een werking buiten de vakantieperiodes. Hiermee gingen de Vlaamse Kerels definitief over van een vakantiebond met verlofwerking naar een parochiebond met doorlopende werking.

1967 was het jaar van de voetbal- en basketbaloorlogen tegen de KAJ. Op een jaar tijd is het ledenaantal echter gehalveerd: amper 35 leden! Het lokaal is ook onderkomen en er is praktisch geen spelmateriaal. Hugo Trog wordt bondsleider in 1968 en met hem verandert ook het hele leiderskader. Al gauw smeedt men grootse plannen die een nieuwe start betekenen. In 1969 telt de bond al terug 48 leden.

Milieuwerking

KSA had nu definitief de jeugdbeweging aanvaard. Toch bleef ze het dubbelspoor van milieu- en massabeweging volgen. Aan de top werden vanaf 1960 allerlei initiatieven genomen om de vastgeroeste Hernieuwerwerking weer een actiegerichte weg uit te sturen en zo het puur jeugdbewegingskarakter van de meeste groepen te doorbreken. Het besef bleef dat KSA nog steeds een studentenbeweging was. De verantwoordelijkheid lag vooral in het vormen van medestudenten, wat de uitbouw van een gestructureerde en sterke beweging veronderstelde die alle studenten zou kunnen bereiken, een massabeweging.

Maar vanaf 1960 klonken er ook stemmen die meenden dat de studenten hun engagement, kennis en beweging moesten aanwenden voor concrete, actuele streefdoelen. Vooral de oudere KSA’ers, de Hernieuwers, zouden in kleine kernen acties moeten voorbereiden, contacten moeten leggen en al in hun studententijd iets doen in het brede milieu met de vorming die ze in KSA hadden gekregen. Milieuwerking en jeugdbeweging konden elkaar makkelijk aanvullen. Maar dit betekende wel een opmerkelijke verhouding van de inzet van de leiders-Hernieuwers.

Ondertussen werd de KSA-federatie meer uitgebouwd tot een echte Nationale KSA. Er ontstonden nationale werkgroepen en vanaf 1965 zou er ook een nationale leider zijn. KSA integreerde zich ook verder in IKSJ. IKSJ wou als internationale christelijke organisatie de maatschappelijke betrokkenheid van de studenten versterken. Deze visie is terug te vinden in veel publicaties van het nationaal secretariaat na 1960. Oost-Vlaanderen nam de ideeën voor de milieuwerking van het nationaal secretariaat over. Die draaiden rond de kernwerking binnen de Hernieuwerban: herontdekking van de KA-gedachte en ‘gemengde ontmoeting’, over contacten met het andere geslacht. In 1963 stelde men de Hernieuweractiegroepen principieel open voor meisjesstudenten uit VKSJ: die ‘KSJ-ploegen’ werden als ‘gespreks- en actiegerichte leefgemeenschappen’ omschreven. Hernieuwers werden uiteindelijk zelfs aangespoord hun taak als Hernieuwer niet te verwaarlozen door zich te veel in te zetten voor het jeugdwerk.

Sambal

Het uitzicht van KSA Oost-Vlaanderen veranderde ingrijpend in de tweede helft van de jaren 1960. KSA werd een maatschappijgerichte beweging, waarin velen de oude studentenbeweging van weleer niet meer zouden herkennen. KSA-verantwoordelijken hadden sterk het gevoel dat KSA als studentenbeweging haar verantwoordelijkheid in de maatschappij niet uit de weg mocht gaan. Vroeger lag de nadruk op de bewustmaking en de voorbereiding van studenten en scholieren op hun rol in de samenleving, nu kwam een kritische opstelling zich bij het geheel voegen. Veel waarden, normen en stijlelementen werden in vraag gesteld.

Het Sambalprogramma voor de Hernieuwerwerking van 1968 vatte het studiewerk van de voorbije jaren goed samen. Het kernidee van de nieuwe KSA was de radicaal-democratische ingesteldheid van de leden. De andere actiepunten, openheid en gemengde werking vloeiden daar logisch uit voort. De ‘democratische Hernieuwer’ stond middenin de maatschappij en probeerde deze naar zijn progressieve idealen om te vormen. Daarin geleek hij op zijn voorganger, de oude KA-strijder, maar, in tegenstelling tot die ‘ridder van Christus’ streefde hij maatschappijverandering na op radicale en directe wijze, zonder respect voor de bestaande verhoudingen en geijkte kanalen van besluitvorming. Enkel wat aan de basis op democratische wijze werd beslist, was voor iedereen bindend en moest uitgevoerd worden. Maar kon de Sambal-werking wel gecombineerd worden met de oude jeugdbewegingsdoelstellingen? In Gent werd gezocht naar een nieuwe synthese tussen milieuwerking en jeugdbewegingsmethodiek. De spanning tussen deze twee aspecten van KSA beheerste de werking op gewest- en bondsvlak. De oude gewestelijke eenheid zou hieraan ten onder gaan en ook de werking van een aantal ‘traditionele’ bonden zou verdwijnen. In de overige Wase bonden werd druk geëxperimenteerd in de Hernieuwerban en vanaf 1970 probeerde de leiding de moderne waarden ook in de jongere bannen binnen te loodsen. De democratisering vond ook haar weg naar het gewest. De bondsleiders besloten de geweststructuren aan te passen aan de democratische principes van Sambal. De bondsleiders vergaderden samen met de gewestvoorzitter. Maar concrete activiteiten kwamen niet uit de bus. Het gewest was blijkbaar teruggebracht tot een vergadering tussen de bondsleiders die enkel een doorgeefluik tussen de gouw en de bonden wou zijn. Bondsleiders moesten zelf initiatieven aanbrengen en met hun groep uitvoeren. Daar kwam weinig van in huis. Buiten een Hernieuwercongres gebeurde er nog weinig op gewestvlak. Ondertussen verdwenen de KSA-bonden van Bazel, Beveren en Burcht, zonder dat het gewest een poging tot ondersteuning ondernam. De enige succesvolle gewestactiviteit was het K2 kamp dat de Vlaamse Kerels in april 1970 in Zwijndrecht organiseerden. Het gewest kwam verzwakt uit deze evoluties. Er werd wel een nieuwe ploeg aangesteld en in april 1971 werd nog maar eens een K2-kamp in Zwijndrecht georganiseerd. In 1972 werd naast een K2-kamp ook een Jongknapendag en een mini-Joepie voor Jonghernieuwers georganiseerd. Maar de beperkte opkomst leerde dat de gewestactiviteiten hun plaats weer moesten verdienen.

In het kader van de gemengde werking moeten we zeker wijzen op de intensieve samenwerking die groeide met de zusterbeweging Vrouwelijke Katholieke Studerende Jeugd (VKSJ). In Zwijndrecht werd ook samengewerkt met VKSJ. Resultaat was een dik KSA-VKSJ ‘Het Daghet’. Maar deze samenwerking stierf snel uit. Vanaf de jaren ‘70 zullen er nog sporadisch gemengde vergaderingen plaatsvinden. Voor de rest kreeg de Sambal- en milieuwerking in Zwijndrecht slechts sporadisch aandacht. De groei van het banleven had de voorrang, wat resulteerde in een ledenaangroei.

Heropleving van de jeugdbeweging

Tussen 1968 en 1972 kan men een slingerbeweging constateren. Tussen ‘68 en ‘70 was men in Gent vooral enthousiast over de herontdekte milieuwerking en het Sambalprogramma. Vanaf 1970 merkten veel gouwmedewerkers echter dat naast het maatschappijkritische engagement ook een taak was weggelegd voor de progressieve Hernieuwer in de modernisering van het jeugdwerk. Vanaf 1970 begon KSA moderne en waardevolle activiteiten te promoten. Leiders werd duidelijk gemaakt dat hun werking “kinderen en jongeren aandacht (moest) doen krijgen voor de problematiek van de wereld waar ze in leven”.

Op gouwvlak was vooral de Leeuwkesban (eerste tot derde leerjaar) vanaf 1970 een mooie illustratie van de heropleving van de jeugdbewegingsmethode. Reeds in 1958 verschenen de Leeuwkes in Wetteren ten tonele. In 1962 hadden de bonden in Oudenaarde en Eine een Leeuwkesgeleding. De Leeuwkesban was duidelijk vanuit plaatselijk initiatief tot stand gekomen, want de gouwleiding sloot zich voor 1970 aan bij het standpunt van de KSA-federatie, dat principieel negatief was. Het gewestbestuur van het Waasland startte in 1967 met actieve propaganda voor de Leeuwkesban. Vanaf 1970 vonden ze dan eindelijk hun plaats in de gouwwerking.

De jaren ‘70: een hoogtepunt in Zwijndrecht

Begin jaren ‘70 betrekt KSA Zwijndrecht een nieuw lokaal. In 1972 volgt Jan Van Peteghem Hugo Trog op aan het hoofd van KSA Vlaamse Kerels Zwijndrecht. Herman Waterschoot werd dat jaar ook de nieuwe proost. De bond draaide toen op volle toeren. KSA verliest dan wel de finale voor de Beker van het Jeugdverbond in een “heroïsche veldslag” van KLJ met 2-3, de ledenaantallen klimmen ondertussen gestaag dankzij succesvolle ledenwervingen. De Jongknapenban begon intussen uit haar voegen te barsten. Een Leeuwkesban (eerste tot derde leerjaar) was ook in Zwijndrecht een noodzaak geworden. In 1974 richtte ook KSA Zwijndrecht onder bondsleider Robert Franckaerts deze ban op en deden de eerste leidsters hun intrede. In 1975 bereikte de bond zijn hoogtepunt met 150 leden.

Ondertussen vonden verschillende gewestactiviteiten plaats in Zwijndrecht: een Knapendag in maart 1974 en Jongknapendag in april 1975. Onder Eddy Meyntjens trok de bond voor het eerst weer naar de Ardennen, naar Montenau. Dit kamp zal in de KSA-annalen geboekstaafd blijven wegens het onnavolgbare nachtspel, waarbij een volledige motorbende de kampplaats terroriseerde. Het ledenaantal zou de volgende jaren stabiel blijven rond 110 met vooral als grote bannen de Leeuwkes, Jongknapen en Knapen. Eddy Meyntjens droeg de fakkel in 1976 over aan Guido Schelfaut. In mei 1977 zorgde KSA Zwijndrecht voor een primeur: als eerste jongensbond hadden zij nu een bondsleidster aan het hoofd: Rita Heyrman.

1979 stond in het teken van de voorbereiding van het 25-jarig bestaan. Een zware slag was de brand die het lokaal in de as legde op 26 augustus 1979. De rangen werden gesloten voor een nieuwe start. Het feestweekend van 28-30 september 1979 met optreden werd een groot succes. Het oudercomité werkte mee aan het feestweekend en zorgde ook nog voor een nieuw lokaal. Dit werd gevonden bij B.P. Chemicals in de polder. Op 1 februari 1980 vond de openingsreceptie van het nieuwe en huidige KSA-lokaal plaats.

De scheuring in KSA-VKSJ Oost-Vlaanderen

De groeiende samenwerking tussen KSA en VKSJ zou uiteindelijk moeten resulteren in een fusie van de bewegingen. Aan de basis heerste een grote diversiteit, maar ook binnen de gouw, die zich nu provincie noemde, wezen niet alle neuzen in dezelfde richting. Er was bijvoorbeeld de tegenstelling tussen de maatschappijcritici en de openluchtlevers. Er waren ook enkele verschillen in werking tussen KSA en VKSJ. Ook over de nationale fusie was geen overeenstemming. De conflicten binnen de provincie laaiden hoog op. Een aantal ontevredenen richten de Actiegroep op. Aan de andere kant stond de groep rond provinciaal leider Van Nieuwenhuyse. De Actiegroep wou wel meestappen in de nationale fusie. De andere groep had principiële bezwaren en wilde een losser verband. Het conflict escaleerde en de Actiegroep, die zich nu Stuurgroep noemde, verklaarde zich zelfstandig als VKSJ Oost-Vlaanderen en haalde in de nacht van 13 op 14 november de VKSJ-bezittingen weg uit de Peperstraat. In Oost-Vlaanderen waren er vanaf nu twee secretariaten: KSA-VKSJ Oost-Vlaanderen (Peperstraat) en KSJ Oost-Vlaanderen (Kortrijkse Steenweg, later Oostendestraat). KSA-VKSJ OostVlaanderen voer op pedagogisch vlak een onafhankelijke koers, zoals KSA West-Vlaanderen (Noordzeegouw). KSJ Oost-Vlaanderen werkte daarentegen samen aan een centraal nationaal beleid met KSA-VKSJ Antwerpen, KSA-VKSJ Brabant, KSA-VKSJ Limburg en VKSJ West-Vlaanderen.

Ook elders waren er conflicten op gouw-/provinciaal niveau. In West-Vlaanderen bleven de secretariaten van KSA en VKSJ – tot nu toe zijn daar nog twee provinciale bewegingen: KSA Noordzeegouw en VKSJ West. In Antwerpen scheurden een aantal groepen, die ontevreden waren met de ‘linkse’ koers van de gouw zich af en vormden het gewest Scheldeland.

Op plaatselijk vlak moesten de KSA- en VKSJ-groepen nu kiezen om zich aan te sluiten bij één van de twee secretariaten. Voor vele groepen was dit een complete verrassing. Er heerste ongenoegen over de gebrekkige informatie en de gedwongen keuze. Sommige groepen wilden niet kiezen en kozen voor een neutrale positie. Maar neutraal blijven was moeilijk. Zich om het jaar bij het andere secretariaat inschrijven betekende een grote administratieve rompslomp. En eens men bij het ene secretariaat was ingeschreven, kreeg men geen informatie meer van het andere. Vanaf 1982 was er terug een streven naar samenwerking tussen beide secretariaten. Uiteindelijk was de beweging in september 1987 weer één: KSJ-KSA-VKSJ Oost-Vlaanderen.

De moeilijke jaren ‘80

Het werkjaar 1980-1981 start met enige moeilijkheden. Rita Heyrman neemt ontslag als bondsleidster. Opvolger wordt Frank Van Hove. Na dit werkjaar stond er wel een hechte leidingsploeg. De Hernieuwerwerking was terug opgestart en kende het volgende jaar succes onder Peter Lampers en Dirk Rombaut.

De ledenaantallen begonnen intussen langzaam te dalen. Vanaf 1983 was Peter Heyrman bondsleider. In oktober 1984 werd een jubileumweekend georganiseerd ter ere van het dertigjarig bestaan. In de tweede helft van de jaren ‘80 blijft het ledenaantal rond de 70 zweven. In 1985 nam wijlen Peter Hernalsteen het roer over. Enkele vaste waarden zetten een stap opzij. Er ontstonden echter problemen binnen leiding en Peter Hernalsteen nam ontslag als bondsleider. Opvolger was een triumviraat met Bart Heirman, Joris Heyndrickx en Patrick Staes. Deze laatste ontpopte zich meer als de echte bondsleider.

De volgende jaren in KSA Zwijndrecht zijn gekenmerkt door jonge leidingsploegen en een leidingstekort. Ook de Jonghernieuwerban was de laatste jaren maar karig bevolkt. Vooral de jongere bannen moeten het met weinig leiders rooien. In de zomer van 1987 trekt de volledige bond op tentenkamp naar Chiny. Moeilijke tijden braken aan voor KSA Zwijndrecht. Het werkjaar 1987-1988 werd gestart met een kleine leidingsploeg van zes man. Augustus 1988 werd Stefan Van Leuven de nieuwe bondsleider. Er werden ook vier nieuwe begeleid(st)ers gevonden. Maar het werd een werkjaar vol problemen, waarin uiteindelijk vier begeleiders, waaronder de bondsleider, ontslag zouden nemen. Patrick Staes werd toen opnieuw bondsleider. De Jonghernieuwerban was toen wel opnieuw aangegroeid, zodat er in augustus 1989 vier nieuwe leiders bijkwamen.

Ondertussen raakte VKSJ Zwijndrecht in diepe problemen. In 1990 staakte onze zusterbeweging haar werking. Maar ook KSA Zwijndrecht kent problemen. Het niveau van de activiteiten ligt niet steeds even hoog. Begin jaren ‘90 zit KSA Vlaamse Kerels op een dieptepunt. Erwin Hintjens wordt bondsleider van wat een scharnierjaar zal blijken. Maar liefst drie leiders verlaten KSA dat werkjaar. Ook veel leden verlaten KSA. Patrick Staes en Koen Van der Meiren trachten tevergeefs een Hernieuwerban op te richten. Wel bouwen ze een SKIM-werking uit voor de leiding. Dat jaar wordt ook beslist over te gaan op gemengde werking. Het kamp in Montenau telt slechts 37 deelnemers, van wie het grootste deel Leeuwkes.

In deze jaren was er ook een moeilijke relatie met de provincie. Meermaals werden leiders op cursussen huiswaarts gestuurd. Vaak werd met de provincie een kat- en muis-spelletje gespeeld. De ‘slechte naam’ die KSA Zwijndrecht (en later ook het Waasland) binnen KSJ-KSA-VKSJ Oost-Vlaanderen droeg werkte contraproductief. Pas in de tweede helft van de jaren ‘90 kunnen de relaties weer hartelijk genoemd worden.

VKSJ Zwijndrecht

De beginjaren ... in nevelen gehuld

Voor de Vlaamse Kerels begin jaren ‘90 definitief de weg van de volledige gemengde werking insloegen, bestond er in Zwijndrecht een afdeling van de VKSJ (Vrouwelijke Katholieke Studerende Jeugd). De VKSJ werd en wordt beschouwd als de vrouwelijke tegenhanger van KSA (Katholieke Studentenactie). Beide bewegingen werkten dan ook reeds vele jaren samen, voor de fusie in 1978-1979 op nationaal vlak tot stand kwam. De geschiedenis van deze Zwijndrechtse VKSJ/Roodkapjes-afdeling is echter in diepe nevelen gehuld. Oud-KSA’er Daniël Grumiau wist ons te vertellen dat de Zwijndrechtse VKSJ-afdeling tussen 1942 en 1944 gesticht zou zijn door Maria Driesen, dochter van de toenmalige politiecommissaris, samen met E.H. Van de Putte. Als leidster uit de jaren ‘50 kennen we Palmyre Braem. Bronnen en inlichtingen uit deze periode blijven tot nu toe echter zeer schaars. Meer inlichtingen en/of archiefmateriaal, zeker uit de beginperiode van de Zwijndrechtse VKSJ zijn dus steeds welkom. I

n dit opzicht is het zeer eigenaardig dat in het boek Bewogen Beweging dat verscheen ter ere van 60 jaar KSJ-KSA-VKSJ (KSJ-KSA-VKSJ i.s.m. KADOC, Leuven, 1988) op p. 61 volgende foto staat afgedrukt met dit bijschrift: De VKSJ van de school van de Zusters Kindsheid Jesu uit Zwijndrecht in Dinant. Wie meer informatie heeft (wie? wanneer? …), aarzel a.u.b. niet en breng ons op de hoogte.

De jaren ‘70: “groey ende bloey”

De activiteiten van de VKSJ-groep werden gestaakt, maar weldra terug opgestart om via een langzame groei in de jaren ‘70 volledig tot bloei te komen begin jaren ‘80. Oud-leidster Lieve Van Goethem bezorgde ons dit relaas van de hand van oud-proost Herman Waterschoot “Daar ik sinds september 1972 ook proost van VKSJ was, heb ik het groeien van deze bond meegemaakt. De meisjesgroep was bij het gewest Antwerpen aangesloten, daar in de naburige gemeenten geen VKSJ-groep te vinden was. KSA was aangesloten bij het Waasland.

Hilde Vanderheyden en Moniek Dhaese leidden de meisjesgroep, die op zaterdagnamiddag bijeenkwam op het jeugdterrein, vooraan, waar ook de KSA zijn heem had. Elk werkjaar werd bekroond met een kamp en nadien kwam een ouderavond waarop de meisjes toneeltjes brachten en dia’s over het kamp werden gegeven. De kinderen werden meestal per personenwagen naar het kamp gebracht en er ook afgehaald. Daarom eindigde het kamp steeds met het aangename en drukke bezoek van de ouders, zodat een leuke afscheidsronde door de kinderen werd verzorgd, gewoonlijk na een gezamenlijke eucharistieviering.

In 1973 maakte ik mijn eerste kamp mee van 1 tot 8 juli met bijna voltallig, 15 meisjes, in Lichtaart, in het heem van de plaatselijke afdeling en met de oud-leidster Margriet Waegemans in de keuken en een kampmis door de nonkel van de kampleidster, E.H. Vanderheyden, pastoor in Peer-Linde.

Op 25 mei 1974 volgde een keurige en aangename ouderavond in het gildenhuis met quiz en toneeltjes, gegeven door de 20 meisjes. Van 30 juni tot 7 juli 1974 gaat het kamp door in Peer-Linde in het parochiehuis van pastoor Vanderheyden voor 25 meisjes met Hilde Vanderheyden en Hermine Bernaers. Een zonnig kamp met een onvergetelijke dagtocht doorheen de Limburgse heide van Meeuwen en Gerdingen. Op de laatste kampdag kwamen veel ouders op bezoek. De keukenlui Adhemar en Maria Cornelis nodigden allen uit voor een lekker middagmaal samen, na een mooie eucharistieviering in het stemmige kerkje van Linde. Een gezellige zeer warme namiddag samen; laat werd de terugreis aangevat. Op 1 september 1974 komen Lieve Van Goethem en Marjan Thiré de leiding vervoegen. Op 12 oktober nam Hilde Vanderheyden afscheid met een uitstap en bezoek aan de abdij van Averbode en een plezierige spelnamiddag in de bosrijke omgeving.

Het ouderfeest van zaterdag 12 april 1975 werd door 24 meisjes verzorgd, waarbij Hilde met bloemen werd bedacht voor haar jarenlange inzet voor VKSJ. Ze kwam echter mee op kamp. Ditmaal van 29 juni tot 6 juli 1975 te Grootlo-Schriek met Marjan, Lieve en Hilde als leiding en als kampmoeders in de keuken Lea en Rosa Vanderheyden. Het derde ouderfeest op vrijdag 28 mei 1976 in het gildenhuis bracht een toneelwerkje door Simmers en Jimmers, dans en zang, en een film van Rik Vanderheyden over het kamp van Grootlo met Hilde, Marjan en Lieve als leiding. In 1976 groeit de groep met een tiental Roodkapjes zodat er een 30 Roodkapjes worden geteld en 12 Jim-Simmers. In die hete zomer van 1976 trekken ze per trein op kamp in het natuurpark Ardennen-Eifel, in de Oostkantons, nog voorbij Sankt-Vith, in één van de 13 gemeenten van Burg Reuland, te Lengeler op een oude boerderij, “een Ferienheim” dat een heuse grote kuis moest doorstaan eer ze er konden intrek nemen. Gelukkig waren er nog grote bossen om zich te beschermen tegen die hete zonnestralen. Alles verliep prima met Hilde, Marjan en Lieve en de technische keukenhulp van Luc Vanderheyden en echtgenote. Op de bezoekdag weer een verzorgde eucharistieviering in een mooi versierd heem. De vierde ouderavond op 13 mei 1977 door Lieve en Marjan geleid, met volksdans, toneeltjes en zang werd een stemmige en vrolijke avond met die prachtige dia’s over het Lengeler-kamp.

In 1977 trokken Roodkapjes, Jimmers en Simmers samen van 1 tot 10 juli naar de Blekersheide te Lommel, dichtbij het Kempisch kanaal op een oude boerderij midden de heide, zonder elektriciteit of comfort. Weer besloot het kamp met de bezoekdag en een eucharistieviering voor meisjes en ouders in openlucht, gevolgd door een gezellig bosspel. Op 12 mei 1978 in het gildenhuis de vijfde ouderavond met kluchten, dans en zang en die dia’s over het kamp van Lommel. Hun kamp ging door te Mol van 2 tot 12 juli. Op een startdag te Antwerpen op 3 september 1978 komt op nationaal vlak de fusie tussen KSA en VKSJ. De Roodkapjes te Zwijndrecht hebben nu Lieve Van Goethem en Marisa Vanhove als leidsters; de Jimmers van 10 tot 14 jaar met Marijs Lesire en de Simmers vanaf 14 jaar met Marianne Thiré, alhoewel meer vergaderingen van Jimmers en Simmers samen worden gehouden.

Roodkapjes en VKSJ groeiden de laatste jaren aan tot een groep van 30 tot 60 meisjes, met elke zaterdagnamiddag werking onder leiding van Marjan Thiré en Lieve Van Goethem en hulpleidsters Marisa Vanhove en Marijse Lesire. Het VKSJ-kamp te Meerhout-Zittart ging dit jaar op het einde van de vakantie door van 20 tot 25 augustus 1979. Het oude lokaal werd te klein. Een oudercomité werd gevormd door Hedwig Van de Velde en andere ouders en op zaterdag 30 juni 1979 werd een eerste spadesteek gezet om een nieuw en ruimer lokaal te bouwen naast het oude. Op 8 december, als sinterklaasgeschenk kon reeds het lokaal in gebruik genomen worden. De inzegening met kruiswijding zou in februari volgen.

VKSJ-leiding 1979-1980:

  • Lieve Van Goethem
  • Marjan Thiré
  • Marisa Vanhove
  • Marijse Lesire
  • Herman Waterschoot, proost

Oudercomité 1979-1980:

  • Hedwig Van de Velde
  • Marcel Van Remoortel
  • Adhemar De Nijs
  • Omer Van Lierop
  • Julien Verbraeken
  • Rudi Meyntjens
  • Jos Van der Borght

Om de kosten van de nieuwbouw te betalen werd op zaterdag 26 januari 1980 in het gildenhuis een welgeslaagd ouderbal ingericht. Het zomerkamp kon dit jaar doorgaan in het prachtige domein “Bos en Brem” te Kasterlee. Van 8 tot 11 november 1980 komen tien Simmers onder leiding van Annemie Bernaers in Kemzeke, naast de pastorie in de Chirolokalen een weekend doormaken.

“Aan alle leidsters en meisjes mijn beste dank voor hun inzet en vreugde, voor alle ouderavonden en kampen en bijeenkomsten. Hun groep heb ik weten groeien tot een heuglijke groep van 60 – 70 kinderen. Proficiat!” (Sint-Niklaas, 1994, Herman Waterschoot, pastoor op rust.)

De jaren ‘80

Over de laatste jaren van VKSJ Zwijndrecht – hoewel de recentste – is ons weinig bekend. Vast staat dat net zoals de Zwijndrechtse KSA-bond VKSJ eind jaren ‘80 moeilijke tijden tegemoet ging. VKSJ Zwijndrecht zou die uiteindelijk niet te boven komen en begin jaren ‘90 haar werking staken. Hoe tragisch deze evolutie ook mag zijn, ze bracht in KSA Vlaamse Kerels Zwijndrecht wel de nodige dynamiek op gang die niet alleen tot de gemengde werking zou leiden, maar ook tot veel diepgaandere hervormingen op vlak van werking en structuur en tegelijk een herbronning teweeg zou brengen. Dit maakt de huidige KSA-bond niet alleen de erfgenaam van de oude Vlaamse Kerelsbond, maar ook van de Zwijndrechtse VKSJ-afdeling, die net door haar verdwijnen een zeer diepgaande invloed heeft kunnen uitoefenen op de huidige KSA-werking.

KSA Zwijndrecht zoals wij het kennen

Gemengde werking

Vanaf 1991 werkt een nieuwe leidingsploeg aan de heropbouw van de werking. Koen De Decker werd de nieuwe bondsleider. Maar liefst zeven Jonghernieuwers en drie leidsters kwamen de leiding vervoegen. De gemengde werking doet haar intrede. Zij wordt trapsgewijs ingevoerd: elk jaar een ban hoger. Ook het niveau van de werking stijgt weer. Een groot deel van leiding trekt weer naar de leidingscursussen van KSJ-KSA-VKSJ Oost-Vlaanderen en er wordt weer meer aandacht besteed aan de werking. Via een tweemaandelijks infoboekje worden de leden op de hoogte gesteld van de werking. Dit alles werpt zijn vruchten af, want vanaf dan begint de beweging weer te groeien. Vanaf 1993 neemt Koen De Decker er twee collega-bondsleiders bij, Jeroen De Cleen en Tom De Beer. De volgende twee jaar zullen zij de fakkel overnemen. Jeroen De Cleen neemt er nog een jaar alleen bij tot 1997. De feesten voor het 40 jarig-bestaan in september 1994 werden puik georganiseerd. In het kielzog van de feesten is ook de heropleving van ‘Het Daghet’ te vermelden. Vanaf 1995 verschijnt ons aloude tijdschrift in tweemaandelijkse afleveringen. De gemengde werking is intussen doorgestoten tot de oudere bannen. Ondertussen was ook de Hernieuwerban heropgericht. Intern is er wel sprake van wat onvrede bij begeleiding, wat bij wijlen tot uitbarstende conflicten leidt. Maar de werking leidt hier niet onder.

De onthulling van de nieuwe plannen voor een administratief centrum in Zwijndrecht in 1995 zorgen wel voor een kleine aardverschuiving in KSA Zwijndrecht. Het lokaal van de Vlaamse Kerels zou plaats moeten ruimen. Enkele vergaderingen, protestacties en krantenartikelen rijker wordt in 1996 een steuncomité, bestaande uit oud-KSA’ers, ouders en leiders opgericht om de financiering van een nieuw KSA-lokaal op te vangen. Vanaf 1997 zullen zij jaarlijks twee activiteiten organiseren om de bouw van een nieuw KSA-lokaal te kunnen financieren.

Hernieuwde visie

Begin jaren ‘90 maakt de beweging werk van het opsporen van haar basispijlers. Dit weerspiegelt zich in de visietekst. Momenteel heeft elke provinciale werkkring nog altijd zijn eigen financieel en pedagogisch beleid, zijn eigen middelen, zijn eigen wettelijke structuur (vzw). Daarnaast bestaat de nationale werking met haar pedagogische en financiële werking, die meer is dan alleen aanvullend op de werkkringen. Inhoudelijk wordt ook gewerkt aan een duidelijke profilering van onze beweging; in het werkjaar 1992-1993 werd in de beweging zelf werk gemaakt van het opsporen van de pijlers van KSJ-KSA-VKSJ. Dit werk weerspiegelt zich in de visietekst. Deze tekst is bedoeld als leidraad voor het beleid van de nationale beweging en haar vrijwilligers, als spiegel voor de plaatselijke groepen en als visitekaartje voor de buitenwereld.

Die jaren engageerde KSJ-KSA-VKSJ zich actief om haar leden te sensibiliseren over thematieken als multiculturaliteit en kansarmoede. Ook op het vlak van Noord-Zuid werd een duidelijk standpunt ingenomen door de deelname aan Worldshake en de organisatie van een inleefreizen naar Zuid-Afrika en Vietnam, waaraan ook Sarah Vangeel uit Zwijndrecht deelnam.

In januari 2001 publiceerde KSJ-KSA-VKSJ haar Open Brief aan Kerk en Maatschappij. Die kon op veel weerklank rekenen in de pers. Hierin gaf de beweging blijk van haar engagement om actief te blijven binnen de kerkgemeenschap, maar aarzelde ze ook niet om kritische bemerkingen bij kerkelijke standpunten te formuleren. KSJ-KSA-VKSJ is ook een trendzetter in mens- en milieuvriendelijke producten (schoolset, ringmap, sleutelhanger,…) en schone kleren, waar de recente lancering van een eerlijk geproduceerde en milieuvriendelijke fleecetrui blijk van geeft. Een vernieuwde visietekst kwam ter wereld begin 2005.

Diep geworteld in KSJ-KSA-VKSJ

In de jaren ‘90 worden vanuit Zwijndrecht verschillende contacten gelegd met andere groepen. Er wordt ook wat hervormd binnen KSA Zwijndrecht. In 1997 wordt Hans Van Nespen na een rumoerige kadervorming tot bondsleider verkozen. Veel aandacht wordt dan ook besteed aan samenwerking met gewest, provincie en nationaal. In het gewest speelt KSA Zwijndrecht nu samen met KSA Frassati Nieuwkerken en KSA Reinaart Sint-Niklaas een prominente rol. De relatie met de provincie, die voorheen nogal stroef en bij wijle zelfs vijandig was, wordt nu opgeklaard. Stilaan beginnen de Zwijndrechtse KSA’ers ook actief mee te werken aan provinciale activiteiten. Ook wordt er intern heel wat herbekeken. Zo wordt de ledenwerving vernieuwd, wat zich ook laat voelen in de ledenaantallen. De ouderavond daarentegen lijdt onder de jaarlijkse sleur. Na een debacle wordt deze activiteit afgevoerd. Vanaf dan wordt energie gestoken in de KSA-quiz, die door zijn originaliteit steeds meer deelnemers kan bekoren. Kristof De Beer komt aan het roer in 1999 maar moet in maart 2000 de fakkel overdragen aan Stefan Janssens. Dit gebeurt net voor de feesten voor het 45-jarig bestaan sinds de herstichting. Opvolgers zijn Davy De Bock, Nathan De Wilde en Pieter De Decker.

Nauwe contacten binnen KSJ-KSA-VKSJ werpen ondertussen hun vruchten af voor de plaatselijke werking in Zwijndrecht. De uitwisseling met andere bonden en confrontatie met nieuwe ideeën verrijkt de bondswerking en zorgt voor blijvende vernieuwing. Nieuwe leid(st)ers worden steevast gestimuleerd deel te nemen aan KSJ-vormingsinitiatieven. Zwijndrechtse KSA’ers spelen een prominente rol in het gewest Waasland en enkelen stoten ook door naar het bestuur van KSJ-KSA-VKSJ Oost-Vlaanderen en Nationaal. Een leidersoverschot heeft ondertussen tot een heropleving van de Hernieuwerban geleid. Op haar 80ste verjaardag telt KSA Vlaamse Kerels Zwijndrecht ongeveer 180 leden.

De structuur en werking werden grondig vernieuwd:

Oude banindeling:

  • Leeuwkes: 6-9 jaar
  • Jongknapen: 9-12 jaar
  • Knapen: 12-14 jaar
  • Jonghernieuwers: 14-16 jaar
  • Leiding

Nieuwe banindeling:

  • Jongleeuwkes: 6-8 jaar
  • Leeuwkes: 8-10 jaar
  • Jongknapen: 10-12 jaar
  • Knapen 12-14 jaar
  • Jonghernieuwers: 14-16 jaar
  • Aspiranten: 16-17 jaar
  • Hernieuwers: +17 jaar

Vanaf 2003 zijn er weer twee kampen: het Klein Kamp voor de -10-jarigen en het Groot Kamp. Vanaf 2004 is het Groot Kamp een tentenkamp (zonder heem). De groep heeft de laatste jaren immers zwaar geïnvesteerd in Opluchtleven.

De laatste tien jaar

Achtereenvolgens zijn Simon Malschaert, Riek Rombaut en Michaël Truyens bondsleider. De werking blijft op een stabiel peil draaien. Zwijndrechtse KSA’ers blijven intussen hun bijdrage leveren aan de gewestelijke, provinciale en nationale werking (koks, cursusgevers, beleidsmedewerkers, groepsondersteuners). Veel contacten met andere bonden, vooral KSA Oudenaarde en KSJ Haaltert, werden ook gelegd of verstevigd op de Romereis van KSJ-KSA-VKSJ in 2010.

In 2008 wordt een nieuwe ban opgericht voor kinderen van de derde kleuterklas: de Tijgerkes. Voordien sloten zij aan bij de Jongleeuwkes, maar op zo’n jonge leeftijd is het verschil tussen de jaren nog te groot. Wegens een almaar groeiende vraag om vijfjarigen aan KSA reeds te laten deelnemen werd de Tijgerkes-ban dus in het leven geroepen.

Ondertussen wordt ook werk gemaakt van continuïteit en opbouw van het netwerk van KSA. Als een soort ‘volwassen begeleider’ wordt de praeses-functie heropgevist. De oud-KSA-werking wordt omgevormd tot de ZOK, de Zwindrechtse Oud-KSA, die start met als kern de generatie van de jaren ’1990 – begin ’2000.

De grote uitdaging die KSA al jaren te wachten staat is de bouw van nieuwe lokalen. In 2010 komt dit dossier in een stroomversnelling. Enkele oud-KSA’ers zetten hun schouders mee onder dit project. Drie architecten worden aangesteld en er wordt een bouwcomité opgericht om alles in goede banen te leiden. Als juridische structuur werd de vzw Vlaamse Kerels opgericht. Het jaar 2010 kent nog enkele mijlpalen in de recente geschiedenis van KSA Zwijndrecht. In dat jaar werd voor het eerst de jongerenfuif BAM (Booze And Music) gehouden, toen nog in het lokaal op het Binnenplein. Ondertussen hebben er over de jaren heen al meerdere succesvolle edities in Jeugdhuis Den Trechter plaatsgevonden waar een publiek van Antwerpen en het Waasland speciaal tot in Zwijndrecht voor komt.

Tot slot werd in 2010 een Facebookpagina voor de jeugdbeweging aangemaakt. Het zou het begin betekenen van een toegenomen aandacht voor gebruik van sociale media in de werking.

Voor het 85-jarig bestaan laat de bond in 2011 een speciaal bier brouwen, de Vlaamse Rekel. De opbrengst hiervan gaat naar het nieuwe lokaal, Jorik Bettens is dan bondsleider. In datzelfde jaar wordt de naam van de oudste ledengroep, de Aspiranten, veranderd. Deze naam was overgenomen van andere jeugdbewegingen en men wilde deze ban een naam geven die meer bij KSA paste. Vanaf 2011 zou de oudste ledenban de Vernieuwers genoemd worden.

In 2012 werd de beslissing genomen om de Jongleeuwkes- en Leeuwkes-bannen op te splitsen. Door het almaar toenemende ledenaantal barstten de jongere bannen bijna uit hun voegen. Wanneer groepen te groot worden, maakt het de werking moeilijker en moeilijker. Vanaf nu zit je niet meer twee jaar in de Jongleeuwkes en Leeuwkes, maar zit je telkens één jaar in de (Jong)leeuwkes Oranje en (Jong)leeuwkes Blauw.

Na Jorik Bettens wordt in 2013 geen bondsleider gekozen, maar werkt men twee jaar met een bondskern. De leidende figuren zijn dan Maarten Truyens, Riek Van der Weken, Saskia Van Mieghem en Hannelore Coninckx.

In 2014 vindt de eerste spadesteek plaats, gepaard met een receptie. De nieuwe lokalen in de Richard Orlentstraat worden in ijltempo gebouwd en afgewerkt. Hiervoor kan KSA rekenen op een gemotiveerde groep van medewerkers: oud-KSA’ers, ouders, ouders van oud-KSA’ers en natuurlijk KSA’ers zelf. In april 2016 worden de nieuwe lokalen uiteindelijk ingehuldigd. Bondsleider dat jaar is Jari Vergauwen.

In afwachting van het nieuwe lokaal dat er spoedig zou aankomen, zat KSA niet stil. In oktober 2015 werd er nog een wereldrecordpoging tot grootste muntentapijt gedaan door leiding en leden. Voor deze activiteit werden er in heel Zwijndrecht bij verschillende handelaars potten geplaatst om zoveel mogelijk klein geld op te halen om het record te kunnen bereiken. Jammer genoeg was het wereldrecord de maand ervoor in de Filipijnen verbroken. Het evenement ging desondanks door en was een groot succes, zeker qua media aandacht. In 2015 werd ten slotte nog de vzw 2070 opgericht. Deze vzw staat juridisch en deels organisatorisch in voor alle grootschalige evenementen van KSA (denk bijvoorbeeld aan de Feesten, BAM, Mosselsouper, …).

In de lente van 2016 kunnen de nieuwe lokalen in de Richard Orlentstraat dus voor het eerst in gebruik genomen worden. Een grote stoet begeleidt de symbolische uittocht van de oude lokalen op het Binnenplein naar de nieuwe lokalen.

In datzelfde jaar wordt door het steeds groeiende succes van BAM ook een tweede fuif georganiseerd. De naam Brave wordt hiervoor gekozen. Terwijl BAM in het najaar (oktober) plaatsvindt, is Brave een fuif die de KSA Feesten in april inzet op vrijdagavond. Het doel hiervan is om nog meer geld in te zamelen om de afbetalingen van het lokaal goed te kunnen laten verlopen. Brave ontstaat overigens ook uit de nood om een ander doelpubliek dan BAM te bereiken. BAM is een fuif waar geen minimumleeftijd op staat en waar veel jongeren hun ‘eerste feestje’ meemaken. Brave is daarentegen enkel toegankelijk vanaf 16 jaar. Hierbij wordt vooral de oudere jeugd van het hoger onderwijs als doelpubliek beoogd.

In 2016 vindt ook het 90-jarige bestaan van KSA plaats. Zoals vijf jaar ervoor er een jubileumbier gebrouwen werd, gebeurde dit ook dit jaar. Het Kèrelke zag het levenslicht. Er werd gekozen om zowel een bruine als een blonde versie van het Kèrelke te maken. Bijpassende glazen werden eveneens ontworpen. Zoals bij elk jubileum de gewoonte is, werd er aansluitend een tentoonstelling georganiseerd over de geschiedenis van KSA Zwijndrecht.

In 2017 werd onder bondsleider Lennert Vandeputte het probleem opgemerkt dat de Jongknapen-ban door haar stijgende ledenaantal uit haar voegen begon te barsten, zoals het in 2012 reeds bij Jongleeuwkes- en Leeuwkes-bannen was gebeurd. De oplossing die toen zo goed had gewerkt, werd terug aangegrepen: vanaf 2017 zou er zowel een Jongknapen Oranje-ban als een Jongknapen Blauw-ban bestaan. Omdat het naar inziens van de leiding toch belangrijk is om doorheen de jaren contacten te leggen met kinderen van andere jaren, zeker wanneer men ouder wordt, ontstond er een gebruik om tijdens het Groot Kamp in juli toch meerdere activiteiten tussen zowel Jongknapen Oranje als Blauw te organiseren.

Doordat er een jaar ervoor een nieuw lokaal geplaatst was, ontstond voor de leidingsploeg voor het eerst de mogelijkheid om een leefweek te houden. Enkele gemotiveerde leiders hebben zich hierachter gezet en sinds maart 2017 kon een eerste leefweek gehouden worden; een ideale gelegenheid om de banden tussen de steeds groeiende leidingsploeg te versterken.

In 2018 wordt de kaap van 300 leden in KSA Zwijndrecht bereikt. In datzelfde jaar werden verschillende nieuwe tenten aangekocht met het oog op de kampen. Dit was enerzijds nodig omdat er veel tenten toen hun beste jaren achter de rug hadden en er ook steeds meer leden aan de kampen deelnamen.

In 2019 wordt SKIM (Samen Kritisch in de Maatschappij) heropgericht. Het takenpakket van deze functie was jaren geleden ondergebracht bij de Hernieuwerleiding, maar was hierdoor toch enigszins verloren gegaan. Daarom werd er beslist om de functie terug in het leven te roepen. De functie heeft voornamelijk de bedoeling om de culturele verrijking van leiding te bewerkstelligen. Hierdoor organiseert ze allerlei culturele activiteiten en vormingen.

Vanaf 2020 breekt niet enkel voor KSA Zwijndrecht, maar voor de hele wereld moeilijkere tijden aan. De coronapandemie slaat toe en bemoeilijkt de werking van de jeugdbewegingen. 2020 wordt gekenmerkt door lockdowns waardoor fysieke vergaderingen verboden worden. Voor de oudere bannen wordt door de gemotiveerde leiding online vergaderingen voorzien om de werking verder te zetten, maar deze vervangen toch niet helemaal wat er zo mooi is aan de jeugdbeweging. Niet enkel de vergaderingen, maar ook de gebruikelijke evenementen kunnen niet doorgaan. De Feesten in april 2020 worden afgelast, alsook BAM en de Mosselsouper in oktober van dat jaar. 2020 kent echter één lichtpunt, de kampen in juli kunnen toch doorgaan (weliswaar in verschillende contactbubbels).

Door creativiteit, flexibiliteit, doorzettingsvermogen en de steun van alle KSA-sympathisanten weet KSA Zwijndrecht zich, onder bondsleider Floris Verstraete, er door te slaan. Nieuwe financiële evenementen zoals een aangepaste wafelverkoop, een moederdagontbijt en een feestboxactie worden georganiseerd.

Ook in 2021 bleef de coronapandemie te werking van KSA treffen, zij het iets minder hard dan in het jaar ervoor. In februari 2021 wordt de laatste volledige lockdown opgeheven en kunnen fysieke vergaderingen terug doorgaan (met de nodige voorzorgsmaatregelen natuurlijk). De gebruikelijke KSA Feesten kunnen in april 2021 nog niet doorgaan, maar er vindt toch een alternatief plaats. Er werd een online quiz georganiseerd, ontbijtmanden ter beschikking gesteld en een bubbelwandeling voorzien. Het was in deze opmerkelijke online tijden het moment op de sociale media aanwezigheid van KSA Zwijndrecht verder uit te bouwen; een Instagrampagina werd opgericht.

In juli 2021 ziet het er naar uit dat de kampen dat jaar zonder contactbubbels zullen mogen plaatsvinden. Maar ondertussen bereikt er onrustwekkend nieuws uit Wallonië Zwijndrecht. Er vinden daar namelijk gigantische overstromingen plaats en de ravage is groot. Ook het voorzien kampterrein in Couvin raakt twee dagen voor vertrek ernstig beschadigd, Groot Kamp 2021 zal daar onmogelijk nog georganiseerd kunnen worden. De hele leidingsploeg schiet in actie om het Groot Kamp alsnog te redden, met 60+ leiding wordt elke boer in Vlaanderen en nabijgelegen buitenland gebeld met de vraag of ze op korte termijn nog een kampterrein ter beschikking hebben. Die dag nog wordt er over heel Vlaanderen verschillende terreinen bezocht ter inspectie. Een ideaal terrein wordt in Gelrode, deelgemeente van Aarschot, gevonden. Het Groot Kamp is gered.

In oktober 2021 worden ‘gewone’ evenementen terug toegestaan. KSA organiseert onder bondsleider Ward Leysens een KSA Feestweekend dat van donderdag tot zondag loopt. De 11de BAM fuif kan ook plaatsvinden. Naar aanleiding van het 95ste jaar bestaan van KSA Zwijndrecht wordt er terug een jubileumbier gebrouwen. Deze keer wordt in samenwerking met brouwerij ’t Paenhuys uit Nieuwkerken-Waas een amber biertje ontworpen; de Mastworp. In het KSA Feestweekend raakt de eerste batch Mastworpen zo goed als uitverkocht, dus dat het succes was, is geen overdreven bewering.

Vanaf het werkjaar 2021-2022 bestaat de leidingsploeg uit 63 man; 45 actieve leiding, 4 Hernieuwerleiding en 14 Hernieuwers. Zo groot is de leidingsploeg van KSA Zwijndrecht in heel haar bestaan nog nooit geweest. Er vinden vergaderingen plaats om te brainstormen wat met dit ‘luxeprobleem’ te doen, vooral met het oog op de nabije toekomst waarin verwacht wordt dat de aantallen leiding nog substantieel zullen toenemen. Een concreet gevolg van deze vergaderingen is de opsplitsing van de functie SKIM. Enerzijds bestaat nu de functie Sfeer. Deze functie beoogt via allerlei leuke teambuildingactiviteiten de onderlinge band binnen de grote leidingsploeg te versterken. De functie Cultuur behoudt het meer klassieke doel van SKIM.

Het toegenomen leidingaantal komt overeen met het toegenomen ledenbestand. Op moment van schrijven telt KSA Zwijndrecht ca. 310 leden (inclusief leiding). KSA Zwijndrecht is op dit moment nog steeds een bloeiende jeugdbeweging. In 2022 kunnen we uitkijken naar nieuwe KSA Feesten, een ceremonieweekend met een tentoonstelling naar aanleiding van het 95-jarige jubileum, een tweede batch van de Mastworp, de Brave fuif die nog eens kan plaatsvinden en hopelijk een werking die steeds minder en minder zal beïnvloed worden door de coronapandemie.

nl_BEDutch